Gedragscode

GEDRAGSCODE

Voor juristen en medewerkers werkzaam voor De Rechtspraktijk Nederland      

INLEIDING

In deze Gedragscode worden regels geformuleerd, die naar de heersende opvatting binnen de Algemene Rechtspraktijk in acht dienen te worden genomen bij de uitoefening van het beroep van jurist / juridisch medewerker (hierna te noemen “jurist”).

Artikel 1      Objectiviteit

De jurist dient zich zodanig te gedragen dat het vertrouwen in hem, dat van de beroepsgroep of dat van De Rechtspraktijk Nederland niet wordt geschaad. De hoofdtaak van de jurist is het verlenen van juridisch advies en bijstand aan cliënten. Deze taak dient in vrijheid en onafhankelijkheid te worden verricht. De jurist dient te allen tijde de grootst mogelijke objectiviteit in acht te nemen, zich te onthouden van elke mededeling waardoor misleiding kan ontstaan en zich steeds op gepaste wijze naar zijn cliënt en derden te gedragen en uit te laten.

Artikel 2      Onafhankelijkheid

De jurist dient te vermijden dat zijn vrijheid en onafhankelijkheid in de uitoefening van zijn beroep worden geschaad of in gevaar kunnen komen. De jurist dient zich niet alleen binnen de sfeer van de beroepsuitoefening, maar ook wanneer niet beroepshalve wordt opgetreden, zodanig te gedragen dat hij te goeder naam en faam bekend blijft staan en voorts te allen tijde geacht moet kunnen worden het beroep van jurist te kunnen uitoefenen op een wijze overeenkomstig de waardigheid daarvan. Vermeden behoort te worden dat zowel beroepshalve als privé verplichtingen worden aangegaan waardoor de onafhankelijkheid in de beroepsuitoefening in gevaar kan worden gebracht.

Artikel 3      Alleen belang cliënt

De jurist dient zich bij de behandeling van zaken voor een cliënt, respectievelijk het verstrekken van adviezen aan een cliënt uitsluitend te laten leiden door de belangen van die cliënt en nimmer door eigen belang, dan wel belangen van derden voor zover deze daarbij een rol spelen.

Artikel 4     Afweging

De  jurist dient voor ogen te houden dat een regeling in der minne vaak de voorkeur verdient boven een procedure. Het belang van een cliënt – en niet het belang van de jurist –is bepalend voor de wijze waarop de jurist zaken dient te behandelen. Indien de jurist in een situatie kan geraken waarbij een belangenconflict tussen verschillende cliënten van de jurist kan ontstaan, dient hij onmiddellijk zodanige stappen te ondernemen, dat zo mogelijk deze conflictsituatie wordt opgeheven en dient zo nodig een duidelijke keuze te worden gemaakt.

Artikel 5      Geheimhouding

De jurist is verplicht tot geheimhouding van al hetgeen uit hoofde van de behandeling van een zaak tot hem komt. Hij dient niet alleen te zwijgen over de inhoud en bijzonderheden van door hem te behandelen of behandelde zaken doch ook met betrekking tot de persoon van zijn cliënt en de aard en omvang van diens belangen.

De jurist dient zijn werkzaamheden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid te verrichten en in het bijzonder de uiterste discretie in acht te nemen met betrekking tot gegevens die hem ter kennis zijn gekomen binnen de uitoefening van die werkzaamheden. Deze zorgvuldigheid dient zich niet te beperken tot gegevens van cliënten maar ook tot gegevens van derden. De jurist is verplicht om zich bij het gebruik maken van hem ter kennis gebrachte gegevens te beperken tot dat gebruik met betrekking waartoe deze gegevens hem bekend zijn geworden. De jurist legt zijn medewerkers en/of werknemers dezelfde geheimhoudingsplicht op. De jurist is verplicht om discretie met betrekking tot gegevens van cliënten en derden niet alleen in acht te nemen bij het gebruik, doch tevens bij registratie en opslag in zijn (digitale) archief van deze gegevens. De jurist dient zodanige maatregelen te treffen dat in alle redelijkheid mag worden aangenomen dat onbevoegden zich geen toegang kunnen verschaffen tot geregistreerde gegevens.

Artikel 6      Geen belangenverstrengeling

Om belangenverstrengeling te voorkomen is de jurist in beginsel niet toegestaan tegen een voormalige of bestaande cliënt in dezelfde zaak op te treden tenzij de belangen van een voormalige of bestaande cliënt niet worden geschaad.

Artikel 7      Bevestiging afspraken

De jurist dient zijn cliënt te informeren omtrent de voortgang van de zaak en de ontwikkelingen welke zich daarin voordoen. Afspraken met cliënt gedurende de behandeling van de zaak worden schriftelijk bevestigd.

Artikel 8      Geschil / teruggeven opdracht

Bij aanvaarding van de opdracht van een cliënt draagt de jurist de volledige verantwoording met betrekking tot de uitvoering daarvan. Nimmer mogen handelingen worden verricht tegen de wil van een cliënt. Indien tussen de jurist en een cliënt verschil van mening ontstaat welk niet oplosbaar blijkt, dient de jurist de verleende opdracht terug te geven en wel op zodanige wijze dat de cliënt daarvan zo min mogelijk nadeel ondervindt.

Artikel 9      Tekort schieten

Indien de jurist bemerkt dat hij in de uitvoering van de opdracht tekort is geschoten deelt hij dit onmiddellijk aan cliënt mede.

Artikel 10    Opdrachtbevestiging

De jurist is verplicht bij het accepteren van een opdracht per omgaande een opdrachtbevestiging te zenden aan de opdrachtgever. Deze opdrachtbevestiging omvat ten minste: – Een korte omschrijving van de opdracht; – Het overeengekomen honorarium exclusief BTW en eventuele (kantoor-)kosten; – Voor zover nodig een mededeling van de kosten welke door derden dienen te worden gemaakt.

Artikel 11    Gespecificeerde declaraties

De jurist is gehouden tot nauwgezetheid en zorgvuldigheid in financiële aangelegenheden de cliënt betreffende en vermijdt het maken van onnodige kosten. Over extra handelingen is altijd vooraf overleg. Declaraties worden gespecificeerd aan de cliënt aangeboden.

Artikel 12    Gefinancierde rechtsbijstand

Indien de jurist aan de hand van de inkomensgegevens van een cliënt de indruk heeft of kan hebben dat deze in aanmerking zou kunnen komen voor gefinancierde rechtsbijstand, is hij verplicht om die cliënt op de mogelijkheid daarvan te wijzen.

Artikel 13    Mogelijk verhaal incassokosten wederpartij

Indien de jurist (een gedeelte van) zijn honorarium voor buitengerechtelijke werkzaamheden incasseert, respectievelijk indien het een incassozaak betreft een deel van de incassoprovisie verhaalt op de wederpartij, is de jurist verplicht de cliënt ervan in kennis te stellen dat een gedeelte van het honorarium respectievelijk provisie kon worden verhaald en desgevraagd opgave te doen van dat bedrag.

Artikel 14    Contact gemachtigde wederpartij

Indien de jurist ermee bekend is dat de belangen van de wederpartij door een gemachtigde worden behartigd, is het hem niet toegestaan rechtstreeks met de wederpartij contact op te nemen tenzij met toestemming van de cliënt/opdrachtgever. Ingeval de gemachtigde van de wederpartij de jurist niet binnen een redelijke termijn antwoordt, is de jurist verplicht eerst deze gemachtigde te rappelleren en hem er van in kennis te stellen dat indien binnen een te noemen termijn geen reactie volgt, de jurist zich vrij acht zich rechtstreeks tot de cliënt van deze gemachtigde te wenden.

Artikel 15    Educatie

De jurist houdt zijn kennis actueel door het volgen van cursussen en het bestuderen van jurisprudentie.

Artikel 16    Honoraria / vergoedingen derden

Indien de jurist in het kader van de behandeling van een zaak zelf opdrachten verstrekt aan derden als notarissen, advocaten, fiscalisten, deskundigen of deurwaarders dient hij in te staan voor de aan die personen toekomende vergoedingen en honoraria, tenzij van tevoren met die derden en cliënten anders is overeengekomen.

Artikel 17    Klachten

De jurist dient zich te allen tijde toegankelijk op te stellen in geval van een klacht van zijn cliënt en zich primair in te spannen om de klacht met cliënt zelf op te lossen. De jurist informeert zijn cliënt over het bestaan van het Klachtenprotocol en stelt hem in staat om hierover te beschikken (of overhandigt dit desgewenst aan cliënt).